Wil je je ritten automatisch bijhouden, dan zijn er twee wegen. Een kastje in je auto, of een koppeling met de auto zelf.
Wij deden het tweede, maar het eerste heeft echte voordelen.
Het kastje
Je steekt een tracker in de OBD-poort of laat er een inbouwen. Die meet zelf en stuurt het door.
Voordeel: werkt in elke auto, ook een oude diesel uit 2009. En het meet onafhankelijk van de fabrikant, dus niemand kan de stekker eruit trekken.
Nadeel: je moet iets installeren, het kost eenmalig geld, en bij een leaseauto moet je toestemming hebben. Sommige kastjes trekken stroom als de auto stilstaat.
De koppeling
Je koppelt je account aan de auto en de gegevens komen binnen zonder dat er iets in de auto verandert.
Voordeel: niets installeren, niets dat kapot kan, en de kilometerstand komt van de teller zelf. Dat laatste is precies wat je nodig hebt.
Nadeel: het werkt alleen bij merken die zo n koppeling aanbieden. En je bent afhankelijk van de fabrikant.
Het punt dat de doorslag gaf
Bij ons was het de kilometerstand. Een GPS-kastje berekent afstand uit gemeten posities, en dat wijkt altijd iets af van je teller.
De Belastingdienst wil begin- en eindstand van de teller. Komt jouw registratie op 18.402 uit terwijl de teller 18.417 aangeeft, dan heb je iets uit te leggen.
Bij een koppeling met de auto komt die stand rechtstreeks uit de auto. Geen verschil, geen discussie.
Wat we niet kunnen
Een oude auto zonder koppeling. Rijd je een auto van voor de connectiviteit, dan is een kastje je enige optie.
Dat schrijven we liever op dan dat we doen alsof we alles aankunnen.